Geduld

Bijzonder hoeveel er kan veranderen door de jaren heen, wat we niet altijd beseffen. Goed om eens bij stil te staan en terug te kijken.

Dit was twee jaar geleden. Een periode waarin alles te veel was en vooral ikzelf. Althans, zo ervaarde ik het. Ik kon niets goed doen, alles mislukte. Ik voelde me onhandig, dom, stom en veroordeelde mezelf om het feit dat ik me zo voelde. De frustratie was hoog. De pannen vlogen door de keuken, nagels in mijn eigen huid. Huilen omdat ik een spelletje niet begreep of verloor (terwijl ik normaal gesproken prima tegen mijn verlies kan, of zegt iedereen dat?). Ik wilde alles aan gort slaan, zag in gedachten een standbeeld van mezelf dat ik met een sloophamer kon bewerken. Terwijl boosheid en agressie helemaal niet bij mij pasten. Ik had altijd super veel geduld, werd vrijwel nooit boos – hooguit geïrriteerd – en agressief? Ik? Dat zat toch niet in me. Ik was toch lief?

Al mijn geduld had ik binnen 28 jaar opgebruikt voor alles en iedereen. Er was niets meer te geven, vooral niet aan mezelf. Want je bent altijd met jezelf, dus dat gaat er als eerste aan. Je wilt je ook niet laten kennen dus voor een ander schraap je nog wat restjes van de bodem. De bodem waar ik soms verlamd bleef zitten. Bang om iets te doen want zodra je iets probeert kan het foutgaan. Uitgeput van frustratie, wat eigenlijk gewoon onderdrukte woede was. Ik had geleerd altijd te vergeven, de andere wang toe te keren, nieuwe kansen. Opnieuw, opnieuw, opnieuw. Dus moest ik mezelf ook nog een kans geven, dat dan weer wel. Ik kroop naar de hoek van mijn bodem waar ik mijn pen naar toe had gesmeten. Schrijven is iets wat ik mijn hele leven al deed. Nog voordat ik een potlood kon vasthouden schreef ik al verhalen in mijn hoofd. Maar in mijn hoofd waren de verhalen opgedroogd, net als de inkt van de pen. Toch begon ik weer te schrijven, op de bodem, op mijn huid, op de muren die ik had gebouwd. Ik schreef wat ik wilde schreeuwen maar niet kon zeggen, wat ik niet wilde toegeven of accepteren. Zonder inkt werkte de pen als gereedschap en brokkelde de muren af. Niet door alles perfect te doen, maar door te schrijven. Door mijn emoties weer op papier ruimte te geven. Tranen. Boosheid. Angst. Ongeduld. Alles mocht er zijn en alles mocht ik voelen.

En daar gebeurde het. Waar ik bang was om te falen, durfde ik weer te proberen. Ik leerde weer geduld voor mezelf op te brengen, ook – of juist – als er iets misging. Ik leerde dat boosheid ook maar gewoon een emotie is en elke emotie wil je iets vertellen. Als je luistert, is het bereid weer te vertrekken. Er schuilt kracht in boosheid, in woede. Het geeft grenzen aan. Het zegt: Tot hier en niet verder. Dat mag. Dat is juist goed. Het beschermt je wanneer je het gebruikt in plaats van ertegen vecht.

Alles wordt makkelijker, lichter wanneer je het toelaat in plaats van wegstopt. Wat je negeert gaat schreeuwen om gehoord te worden. Wat het mooie aan schrijven is? Het papier oordeelt nooit.📝🧡